Zoals beloofd het vervolg op de cesuur en de raadkans:
De raadkans is de kans op het goede antwoord zonder dat je kennis van zaken hebt.
Een zuivere raadkans bestaat in het onderwijs waarschijnlijk niet omdat je altijd wel iets opsteekt van de lessen. Dat maakt het ook moeilijk voor veel docenten om zo strak te rekenen met de cesuur en de raadkans. Regelmatig maak ik mee dat de cesuur op 51% ligt voor multiple choice vragen, vanuit de gedachte dat een leerling meer dan 50% van de stof moet beheersen om een voldoende te halen. Met deze beheersingsgraad van 50% kan prima gerekend worden zoals het onderstaande voorbeeld laat zien. De cesuur is dan echter geen 51%.
Hoe bereken je de cesuur met gebruik maken van de raadkans (Rk) en de beheersingsgraad (Bg)? Dat gaat als volgt:
Cesuur = Rk + Bg
Raadkans score (Rk)= aantal vragen / aantal alternatieven
+
Beheersingsgraad (Bg) * ( max score- Rk)
Rekenvoorbeeld:
Een toets van 45 vragen meerkeuze vragen met drie antwoordalternatieven. Beheersingsgraad: 50%
Raadkans: 45/3=15 + beheersingsgraad: 50%*(45-15)= 15
de cesuur is dus: 15 + 15 = 30
Bij een score van 30 heb je een onvoldoende bij 29 een voldoende. De cesuur ligt op 66%.
Naar aanleiding van een eerdere blog kreeg ik van Theo Bleumer dit commentaar:
Zijn redenering dat de bepaling van de moeilijkheidsgraad per item meer reeël is sluit aan bij de methode van Angoff.
Kortom: er zijn veel manieren om de cesuur te bepalen. Sommige manieren houden meer rekening met de moeilijkheidsgraad van items, anderen minder. Belangrijk is dat vooraf nagedacht wordt over de cesuur. Daarmee stel je een norm, deze norm is aan te passen, maar: wanneer je dat doet weet je ook waarom je dat doet. Deze reden voor de aanpassing van de cesuur kan leiden tot verandering in het onderwijs of het examen. De verandering is gericht op kwaliteitsverbetering van onderwijs en examinering en daarmee zeker te verantwoorden.
