Het probleem met gestandaardiseerde tests

Deze week viel mijn oog op de blog van Claire Boonstra, ik was onmiddellijk gegrepen door de inhoud. Claire legt in haar blog uit dat we in allerlei omstandigheden vragen naar algemene vaardigheden, bijvoorbeeld in vacatures: goede teamspeler of creatieve denker en doener. In werkelijkheid is een mens natuurlijk meer dan wat de test meet. Datzelfde geldt op scholen, met de roep om centrale examinering is tegelijkertijd een beweging van standaardisering gaande. Dat leidt tot vreemde situaties. Het door Claire gegeven voorbeeld uit de tweet van Marjolein is erg duidelijk:

Het jongetje van 8 gaf als motivatie voor zijn keuze vrachtwagen: dat is het enige vervoermiddel waarmee je niet op vakantie gaat. Aan deze motivatie lijkt mij niets mis. Het correcte antwoord was: vliegtuig. Gevolg van dergelijke foute antwoorden: je haalt je toets misschien niet en dat is onterecht.

Ook Tanya Khovanova schrijft in haar blog over de gevolgen van gestandaardiseerde tests en het uitsluiten van creativiteit. Laten we testen en toetsing op waarde schatten en de mens achter het toets resultaat blijven zien.

Daarnaast is het de verplichting van toetsenmakers dat ze zo goed mogelijke toetsen maken. Toetsen die goed onderscheiden tussen mensen die moeten slagen en mensen die moeten zakken. Onterecht zakken is in veel gevallen nog erger dan onterecht slagen. In mijn optiek moet een itemconstructeur voortdurend rekening houden met de variabele mogelijkheden die een kandidaat kan zien in een vraag. Toch zal je als itemconstructeur niet alle creatieve gedachtespinsels kunnen voorzien. Dat lijkt me een belangrijke reden om te pre-testen. Bij een pre-test worden in een reële examensituatie vragen gesteld die niet meetellen in de uitslag maar wel getoetst worden op hun waarde. Door de pre-test kun je dit soort vragen en antwoorden voorkomen.

Geplaatst in beoordelen, kwaliteit, onderwijs, online examination, online examinering, online toetsing
1 Reactie op “Het probleem met gestandaardiseerde tests
  1. Tom de Jong zegt:

    Van elk woord in de eerst vraag kan je zeggen dat die er niet bij hoort.
    Het vliegtuig want die kan vliegen, de vrachtauto omdat deze niet bedoelt is voor personen transport, de auto omdat deze niet bedoelt is voor goederen transport (althans niet op enige grote schaal zoals dat wel gedaan kan worden met de andere) en de trein want alleen deze rijdt op rails.

    Ook bij de tweede vraag. Lijm is vloeibaar, zwembroek is kleding, op papier kan je schrijven en met een schaar kan je knippen.

    Bij de derde vraag is de radio niet visueel, met een tv kan je (tegenwoordig) op internet, boek is niet elektronisch, video kan niet op zich zelf gebruikt worden maar heeft een videospeler nodig.

    Ik heb een beetje moeite om dit ook met de vierde vraag te doen maar bij de vijfde kan je in een vaas dingen bewaren, bank is een homoniem, aan een tafel kan men eten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>