Het RCEC beoordelingsmodel

Het RCEC heeft een beoordelingssysteem ontwikkeld dat geschikt is voor de beoordeling van de kwaliteit van toetsen en examens die in het onderwijs worden gebruikt.

Ik las het en werd meteen blij.

Fantastisch een beoordelingssysteem voor toetsen.

Ik heb het gelezen.

Nu ben ik toch iets minder enthousiast. 
Misschien is het goed het beoordelingssysteem voor toetsen aan een beoordeling te onderwerpen.

Vooraf een waarschuwing:

Het gebruik van het beoordelingssysteem vereist voldoende onderwijskundige kennis.

Op de hoe-vraag wordt geen antwoord gegeven.

Ik adviseer je het beoordelingssysteem erbij te pakken. Je kunt het hier vinden.

Het begint goed.

 

Doel en gebruik van een examen.

doel en gebruik


Goede uitleg en 
vragen (checks) om vast te stellen of doel en gebruik van het examen in orde zijn.

 

Dan punt 2:

Toets en examenmateriaal

examenmateriaal

Hier wordt zowel een uitwerking voor schriftelijke als computerafname gegeven. De laatste vraag uit het beoordelingsmodel is:

Hoe is de kwaliteit van het toets- of examenmateriaal? 

Bij de computerafname wordt gesproken van:

Hoe is de kwaliteit van de vormgeving van de gebruikersinterface?

Ik denk dat bij de papieren afname bedoeld wordt:

  • Hoe ziet de toets eruit? Overzichtelijk, één lettertype, niet teveel plaatjes.
  • Is het duidelijk waar het antwoord gegeven moet worden?
  • Niet teveel tekst op één pagina

Hier had geformuleerd moeten worden:

Hoe is de kwaliteit van lay- out en vormgeving van de toets?

Dat komt overeen met de vraag bij een computerexamen.

Onderdeel 3 en 4 nu geen opmerkingen.

 

Onderdeel 5

standaardbepalingOpvallend is dat in onderdeel 5:  Standaardbepaling en normhandhaving gesproken wordt over de absolute en relatieve normen. Relatieve normen worden vooral bij psychologische tests gebruikt. Daar ga ik hier niet verder op in.

Een absolute norm is een cesuur in een toets.

 

 

Dat betekent dat kandidaten met een score gelijk aan of boven de cesuur een voldoende behalen en dus geslaagd zijn voor de toets of het examen en dat kandidaten met een score onder de cesuur een onvoldoende behalen en dus gezakt zijn.

Het tweede doel van normeren bij toetsen of examens is het handhaven van eenmaal bepaalde standaarden.

Met andere woorden het is de bedoeling dat je vooraf je norm vaststelt en handhaaft. Dit is ook een van de kwaliteitseisen uit het model. Op scholen hoor ik regelmatig dat Cito (CVtE) de normen ook aanpast. Dat klopt niet.

Omdat het om grote aantallen eind-examenkandidaten gaat is goed te zien welke vragen goed zijn. Goed zijn de vragen die door de geslaagde leerlingen juist beantwoord worden en door de gezakte leerlingen foutief beantwoord zijn. Je wilt onterecht slagen of nog erger onterecht zakken voorkomen. De betrouwbaarheid van de toets is hoog. Omdat het om een grote aantallen gaat en de toets betrouwbaar is wordt de normeringsterm gebruikt. Met de normeringsterm wordt het eindresultaat op de toets bijgestuurd. De cesuur is niet aangepast. Een examen kan gewoon te moeilijk zijn.

De werkelijkheid is helaas vaak anders. Ik heb zelfs meegemaakt dat de cesuur als volgt samengesteld werd:

dat jongetje dat daar links vooraan in de klas zit, hij heeft altijd een zes.

Of:

We bepalen de cesuur achteraf. Dat gebeurt bij de CITO toetsen ook.

Nadrukkelijk: dat is dus NIET waar. De cesuur blijft hetzelfde. wanneer achteraf de cesuur bepaald wordt zou je kunnen zeggen. Ik wil dat 1/3 van mijn klas een onvoldoende heeft. Op die manier kun je ook een cesuur bepalen, het is de vraag wat de resultaten dan waard zijn.

Het laatste punt betreft niet onbelangrijk: de afname. 

computer afname

Hier wordt verwezen naar de surveillant en het functieprofiel van de NVE. Vergeleken met de rest van het document wordt dit onderdeel naar mijn idee een beetje afgeraffeld. Wel wordt over een surveillant gesproken, maar de vragen die beantwoord moeten worden bij computerexamens horen niet bij een surveillant. Daar is echt meer kennis voor nodig zeker wanneer software geïnstalleerd moet worden. Overigens is dat laatste lang niet altijd het geval.

Tegenwoordig worden toetsapplicaties vrijwel allemaal online aangeboden. Problemen doen zich dan veel meer voor met de verbinding, het netwerk, black- en whitelisting etc. Dit zijn technische vragen waar een surveillant niets mee te maken heeft. Wat mij betreft zouden afname en beveiliging twee aparte onderdelen in het beoordelingsmodel moeten zijn.

Mocht vanuit het RCEC behoefte zijn aan een aanvulling op het gebied van digitaal toetsen dan hou ik me aanbevolen :-).

 

 

Geplaatst in beoordelen, kwaliteit, onderwijs, toezichthouder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>