Leerlingen hebben recht om te klagen

Eer-gisteren stond mijn twittertijdlijn ineens vol met dit bericht:

klachten over toetsen

 

Opvallend veel positief geluid over deze blog van Rene Peters.

Samenvattend zegt René:

Leerlingen hebben recht om te klagen

en vervolgens krijgen de nakijkmodellen er van langs:

Dat leerlingen klagen dat hun cijfer te laag is, dat is van alle tijden. Maar het schijnt tegenwoordig oneindig veel meer voor te komen dan twintig jaar geleden. Misschien voorkomen al die nakijkmodellen geen klachten. Misschien lokken ze ze wel uit. Wanneer een leraar een nagekeken toets teruggeeft, met het daar bijbehorende nakijkmodel, dan ga je als leerling kijken of dat model tot op de laatste komma is nageleefd. Of je antwoord goed is, dat is van minder belang.

 

Feitelijk zegt René, met ongetwijfeld de beste intenties, laten we nou niet zo zwaar op die nakijkmodellen zitten en gewoon ons gezond verstand gebruiken bij het nakijken.

Ik was en ben in shock.

Dat standpunt past bij onderwijs uit het begin van de vorige eeuw. Met leerlingen die niet mondig zijn. Met ouders die extra straffen wanneer het kind iets ‘fout’ heeft gedaan.

Kom op, we leven in 2014!

Zowel ouders als kinderen zijn mondig. Iedereen heeft de mond vol van kwaliteit en een docent mag wel even uit de losse pols nakijken?

Dat past ook niet bij alle gewicht die bijvoorbeeld aan de verplichte rekentoets voor het voorgezet onderwijs gehangen wordt.

Wanneer je voor de rekentoets minder dan een 5 haalt kun je je diploma voor het voortgezet onderwijs niet halen. Deze 5 is onderdeel van de kernvakkenregel. De slagingspercentages van het afgelopen jaar:

rekentoets

 

Deze tabel komt uit de voortgangsrapportage invoering referentieniveaus taal en rekenen.

De cijfers spreken voor zich: nog niet de helft van de HAVO leerlingen sluit rekenen met een voldoende af.

Realiseren we ons wel wat de gevolgen hiervan zijn?

Op het moment dat je als overheid dergelijke eisen stelt en de eisen voor het onderwijs alleen maar verzwaart is het niet meer dan redelijk dat leerlingen weten waar ze aan toe zijn. Transparantie in toetsen en nakijkmodellen is een voorwaarde. 

René Peters zegt daarover:

Maar al te gedetailleerde modellen zijn volgens mij vooral erg veel werk. En leggen de nadruk op wantrouwen.

Nee René niks wantrouwen, uitgewerkte nakijkmodellen bevorderen de de kwaliteit van het eenduidig nakijken. Nakijken van met name open vragen levert regelmatig een subjectieve beoordeling op. Ik heb het hier niet over bijvoorbeeld wiskundesommen die goed of fout zijn, maar over vragen waarbij een uitleg gegeven moet worden of een betoog geschreven moet worden. Door een nakijkmodel te maken zorg je voor kwaliteit, je zorgt ervoor dat leerlingen en ouders weten waar ze aan toe zijn. Leerlingen weten hoe ze beoordeeld worden en kunnen door de juiste feedback zich verder bekwamen volgens de eisen van de overheid.

Beoordelingsmodellen voorkomen dat willekeur troef is. (Eerder schreef ik al over beoordelingsfouten zoals het HALO- en HORN-effect daar ga ik nu niet verder op in.)

Dit is geen pleidooi voor een toetscultuur, zeker niet. Maar om tijdens een feestje met elkaar te besluiten dat nakijkmodellen maken alleen maar veel werk is, vind ik te kort door de bocht.

De belangen zijn te groot.

Wanneer het uitgangspunt is dat de leerling zich vooral persoonlijk moet kunnen ontwikkelen en voor iedere leerling de tijd en ruimte is om het pad te bewandelen dat bij hem of haar past dan begrijp ik dit blog beter.

Helaas is dat niet de werkelijkheid.

Geplaatst in beoordelen, beoordelingsexamen, feedback, formatieve toetsing, vraagsoorten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>